Afschaffen welstand
                              Zienswijze aan de Raad.

 

Aan de Raad van de gemeente Tiel

Aan het College van burgemeester en wethouders van Tiel

T.a.v. Afdeling Bouwen, Milieu en Monumenten

Postbus 6325

4000 HH TIEL

 

2 februari 2010

 

 

Betreft: Zienswijze Welstandsnota Tiel 2010

 

De vereniging  Waardevol Tiel, Leeuweriklaan 14, 4005 EV Tiel, is erg teleurgesteld dat de raad in feite  (door het innemen van een standpunt erover in een gecombineerde vergadering van de commissies Ruimte en Bestuur) besliste over dit voor de samenleving uitermate belangrijke onderwerp, terwijl de inspraakprocedure nog loopt. Dat is in strijd met de meest elementaire regels van goed bestuur. We hopen dat deze misser nog wordt goedgemaakt, zodat wij geen klacht daarover in behoeven te dienen. Desnoods zullen wij op de nieuwe raad een beroep doen, de zaak terug te draaien.

 

Onze vereniging maakt dan ook ernstig bezwaar tegen zowel procedure als inhoud van dit besluit wegens strijd met de wet en met de eigen gemeentelijke verordeningen.

 

Deze verkeerde werkwijze van de raad heeft tot gevolg gehad dat enkele mensen  hun uitgesproken mening nu niet ten gehore brengen, omdat ze vinden dat inzenden van een zienswijze in dit stadium geen enkele zin meer heeft.

 

Het huidige welstandstoezicht functioneert uitstekend - de resultaten ervan werden langzaam maar zeker zichtbaar. Er is een enquête verricht onder de degenen die hun plannen moesten laten toetsen door het welstandstoezicht en daaruit bleek dat ruim 90% van hen tevreden was met de huidige praktijk. Bovendien blijkt uit een onderzoek van het ministerie van VROM uit 2006 dat Tiel haar wettelijke verplichtingen op dit gebied op adequate wijze nakomt (Onderzoek VROM-regelgeving gemeente Tiel, VROM inspectie, Regio Oost, september 2006, pag. 13).

Vooral de betrokken burger-leden van de commissie, die bij het welstandsbeleid de meeste invloed hadden, dreigen nu op een weinig verheffende wijze te worden afgeserveerd.

 

Er is uiteraard niets tegen een evaluatie van het welstandbeleid. In de in 2004 vastgestelde Welstandsnota had men zonodig bepalingen kunnen schrappen of aanpassen.

 

In plaats daarvan is aan een extern bureau opdracht gegeven ten koste van ongetwijfeld een grote som gelds een geheel nieuwe nota te schrijven met als uitgangspunt een drastische beperking van het welstandtoezicht en zeer grote delen van het gemeentelijk territorium ‘welstandsvrij’ te maken.

 

Om de bevolking bij de voorbereiding te betrekken is eerst gekozen voor een moderne raadpleging via internet en overleg met een via dit medium gerecruteerd forum. Die methode sloot al bij voorbaat een groot deel van de bevolking uit en beperkte daarenboven de bij een dergelijke raadpleging gewenste interactie. Dat zou niet erg zijn geweest als daarnaast of daarna ook de mogelijkheid zou zijn geopend voor de traditionele en bij de wet voorgeschreven inspraakprocedure. Dat is ten onrechte nagelaten. 

 

Het resultaat moet ook de initiatiefnemers verrast hebben. In het raadsvoorstel wordt dat eerlijk gemeld: bij de internetraadpleging is gevraagd of men het nodig vond voor de woonwijken welke het college daarvoor op het oog had de welstandtoetsing te minimaliseren. De helft van deze insprekers wilde volstaan met het gevolgde beleid en de andere helft vond dat ‘nog meer op welstand moest worden gestuurd. Voor het voornemen om het welstandtoezicht te beperken is dus geen enkel draagvlak.

 

Dat de raad desondanks besluit tot een zeer drastische vermindering van het welstandstoezicht in verreweg het grootste deel van de gemeente maakt o.i. duidelijk dat hij op schandelijke wijze voorbijgaat aan de belangen van de Tielse gemeenschap, maar een schoothondjesgedrag vertoont ten aanzien van slechts enkele investeerders, die zo goedkoop mogelijk willen bouwen en t.a.v. drie of vier Tielenaren, die zich met de visie van het welstandstoezicht niet konden verenigen en stampei maakten.

 

De raad motiveerde de drastische ingreep in het welstandsbeleid met een beroep op deregulering. Dat beroep gaat niet op aangezien de nieuwe nota meer regels telt dan de oude en nog veel meer bepalingen bevat welke voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn.

 

 In de sessies van het inspraakpanel zijn bedenkingen geuit en toezeggingen gedaan. Zoals uit de einduitslag van de internetraadpleging bleek hadden veel Tielenaren bedenkingen tegen wat nu aan de raad wordt voorgesteld. De argumenten van hen worden niet voorgelegd aan de raad, die ze dus ook niet weerspreekt. De raad vaart nu, als een ver boven de gemeenschap staande macht, blind op het eigen gelijk.

 

Invoering van het nieuwe systeem leidt tot rechtsongelijkheid: In de woonwijk Passewaay bijvoorbeeld moesten vele bewoners die een dakkapel op hun huis wilden plaatsen duizenden euro’s betalen om aan de (overigens door de raad zelf eerder vastgestelde) eisen van welstand te kunnen voldoen. Die zullen nu ervaren dat hun buurman ineens wel de goedkoopste dakkapel uit de bouwmarkt op een zelf gekozen plek mag plaatsen.

 

Bij de nieuwe nota is een bijlage gevoegd met de beschrijving van 135 karakteristieke bouwwerken in het buitengebied. Ongeveer een vijfde deel daarvan zijn rijks- of gemeentelijke monumenten, waarvoor het beleid duidelijk is, maar voor alle andere gebouwen op de lijst is volstrekt onduidelijk wat er wel en niet mee gedaan mag worden.

 

De afpaling van gebieden waar nog wel een behoorlijk welstandsbeleid zal blijven gelden en die waar dat niet meer het geval zal zijn , lijkt vrij willekeurig en is in bepaalde gevallen ook in strijd met de cultuurhistorische waardekaart en of staat haaks op in een panel door de samenstellers van de nota gedane toezeggingen.

We hebben ernstige bezwaren tegen het feit dat in vele oudere en karakteristieke woonwijken en straten slechts een zogenaamd lichte toets zal gaan gelden, zodat daar in de praktijk gesloopt en herbouwd zal kunnen worden zonder voldoende rekening te houden met de cultuurhistorische waarden. Als voorbeeld noemen we het Nachtegaalslaantje, de Hoogendijkstichting, de Sint Josephstichting, de Sint Walburgbuitensingel, de Hucht en het Badhuisplein.

 

Er is bijvoorbeeld toegezegd dat voor de oevers van de het ten zuiden van de rijksweg liggende deel van de Dode Linge een streng welstandsbeleid zou blijven gelden, terwijl de grens nu door het verschraalde riviertje is getrokken. Ook karakteristieke delen van het oude Zandwijk zijn welstandsvrij (of welstandsarm zo men wil) gemaakt in strijd met de cultuurhistorische waardekaart. Datzelfde geldt voor cultuurhistorische waardevolle delen van de kernen van Kapel-Avezaath en Wadenoyen.

 

Tenslotte is gebleken dat de gemeente moeite heeft met de kalender. Waar gepubliceerd is in de Openbare Kennisgeving Welstandsnota dat “Voor ingezetenen van de gemeente Tiel alsmede natuurlijke personen en rechtspersonen die een belang in de gemeente Tiel hebben liggen van vrijdag 8 januari 2010 tot en met donderdag 6 februari 2010 bij het Klant Contact Centrum (KCC) - voorheen loket Bouwen en Wonen -(Achterweg 2) de volgende beleidsvoornemens ter inzage.” Kloppen de data niet.

 

Het herhaalde gegoochel met fatale data in haar publicaties maakt de gemeentelijke overheid er niet geloofwaardiger op. Zie ook de bijlage bij deze brief

 

Wij zijn uiteraard gaarne bereid onze bezwaren tegenover U toe te lichten, waarbij wij ons het recht voorbehouden deze bezwaren nader aan te vullen.

 

Waardevol Tiel

 

wg

__________________________                                               

C. van Groenigen, secretaris

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage bij zienswijze van Waardevol Tiel op Welstandsnota 2010

 

Openbare kennisgeving Welstandsnota gemeente Tiel:

 

Overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 12a, tweede lid en artikel 12, vierde lid

Woningwet, artikel 150 Gemeentewet, de Inspraakverordening Tiel en afdeling 3.4 Algemene

wet bestuursrecht heeft het college van burgemeester en wethouders de volgende procedure

vastgesteld.

Voor ingezetenen van de gemeente Tiel alsmede natuurlijke personen en rechtspersonen die een belang in de gemeente Tiel hebben liggen van vrijdag 8 januari 2010 tot en met donderdag 6 februari 2010 bij het Klant Contact Centrum (KCC) - voorheen loket Bouwen en Wonen -(Achterweg 2) de volgende beleidsvoornemens ter inzage:

 

Algemene Wet Bestuursrecht:

                               Afdeling 3.4. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure

                                    Artikel 3:10

·         1.Deze afdeling is van toepassing op de voorbereiding van besluiten indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald.

·         2.Tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan anders is bepaald, is deze afdeling niet van toepassing op de voorbereiding van een besluit inhoudende de afwijzing van een aanvraag tot intrekking of wijziging van een besluit.

·         3.Afdeling 4.1.1 is mede van toepassing op andere besluiten dan beschikkingen, indien deze op aanvraag worden genomen en voorbereid overeenkomstig deze afdeling.

                                    Artikel 3:11

·         1.Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage.

·         2.Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.

·         3.Tegen vergoeding van ten hoogste de kosten verstrekt het bestuursorgaan afschrift van de ter inzage gelegde stukken.

·         4.De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid, bedoelde termijn.

                                    Artikel 3:16

·         1.De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen als bedoeld in afdeling 3.3, bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald.

·         2.De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.

·         3.Op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen zijn de artikelen 6:9 en 6:10 van overeenkomstige toepassing.

 

 

 

Woningwet:

                                  Artikel 150

·         1.De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken.

·         2.De in het eerste lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voorzover in de verordening niet anders is bepaald.

Inspraakverordening gemeente Tiel:

Artikel 4 Inspraakprocedure

1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van

toepassing.

2. Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere

inspraakprocedure vaststellen.

Artikel 5 Eindverslag

1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan binnen twaalf weken na het

beëindigen van de inspraakprocedure een eindverslag op. Deze termijn kan eenmaal

verlengd worden.

2. Het eindverslag bevat in elk geval:

a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;

b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of

schriftelijk naar voren zijn gebracht;

c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt

aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het

beleidsvoornemen wordt overgegaan.

3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

4. De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag.

 

 

CONCLUSIE:

 

    1. De door de gemeente gekozen periode van ter visie legging is geen 6 weken, zoals op grond van de Awb en meer in het bijzonder de uniforme openbare voorbereidingsprocedure wel zou moeten.
    2. Artikel 4 van de inspraakverordening machtigt b.en w. een andere procedure te volgen. Dat moet dan met redenen omkleed zijn. De wet geeft b & w echter niet de bevoegdheid de inspraaktermijn op korter dan zes weken vast te stellen. Deze bekorting tot 4 weken met als argument dat er al zoveel over gesproken is (zie raadsvoorstel) is willekeurig.
    3. De door de gemeente gekozen inspraaktermijn is – afgezien van de onduidelijkheid door de verkeerde dagen te noemen - derhalve in strijd met de wet, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met de eigen gemeentelijke inspraakverordening.