Afschaffen welstand

 

 

 

Inspraakreactie in vergadering commissies Bestuur en Ruimte op 28 jan 2010

 

De verenigingen Oudheidkamer en Waardevol Tiel hebben overleg gehad om tot het indienen van een gezamenlijke zienswijze te komen. Daarvoor bestaat volgens de publicatie van de gemeente de mogelijkheid tot 6 februari.

Het is o.i. volstrekt onjuist om over dit zeer ingrijpende voorstel al in de commissies een oordeel van de raadsleden te vragen, zonder daarin de mening van de burgerij te betrekken. Deze gang van zaken maakt duidelijk dat voor dit college van B&W inspraak een volstrekt wassen neus is.

Enkele jaren achtereen hebben degenen die plannen voorlegden aan het welstandstoezicht een formulier ingevuld om aan te geven in hoeverre zij tevreden waren met de gang van zaken. Uit die enquête bleek dat ruim 90 van de gebruikers tevreden was. De gebruikers ervan hebben dus indirect gepleit voor de voortzetting van het huidige welstandstoezicht, terwijl het college dit drastisch wenst te beperken.

In het voorstel dat in februari aan de raad zou moeten worden voorgelegd schrijft het college zelf:

‘In de tweede sessie van de internetraadpleging online is ook bevraagd op de noodzaak van welstandsbeleid in vooral de woongebieden (leefomgeving) die in de welstandsnota grotendeels met een minimaal welstandsbeleid zijn belegd. Hieruit blijkt dat niemand minder welstandsbeleid wil, dat 50% van de reflectanten vindt dat het huidige welstandsbeleid moeten worden gecontinueerd en dat de overige helft de mening is toegedaan dat méér op welstand zou moeten worden gestuurd’.

Als dus ooit een voorstel in de raad kwam waarvoor in de samenleving absoluut geen draagvlak bestaat is het dit wel. De raadsleden zouden zich eens goed moeten realiseren welke belangen dit college beoogt te dienen - wie er aan de touwtjes trekt. Het gaat hier in elk geval niet om de belangen van de gehele gemeenschap - om de wens van de overgrote meerderheid van de bevolking.

Het college van B&W stuurt er op aan dat de raad dit o.i. heilloze plan op het scheiden van de markt - in de laatste vergadering in de huidige samenstelling - te laten aannemen. Dit regeren over het graf heen is in de Tielse situatie in hoge mate onkies. Iedereen weet dat er, hoe dan ook, in elk geval een college komt van een andere samenstelling. En hoewel ik - laat ik dat met nadruk voorop stellen - alle leden van dit college in de persoonlijke sfeer alle goeds wens en ik hen best als mijn vrienden wil blijven beschouwen, meen ik dat de dag waarop het college opkrast tot in lengte van tijden als een nationale feestdag gevierd zou moeten worden. Er moet figuurlijk een flinke stapels tegels op het graf van dit beleid, zodat het nooit meer terug kan komen.